naar top
Menu
Logo Print

BIM = BOUWEN MET MINDER VERSPILLING

Lean-principes

Uit het 3D-model kunnen er automatisch stuklijsten en meetstaten worden gegenereerd. “Dat betekent voor alle bouwpartners een enorme tijdwinst”, weet architect, Jochen Kerkhofs In tegenstelling tot wat wel eens gedacht wordt, heeft BIM niet tot doel om het de architect of om het even welke andere partij in het bouwproces gemakkelijker te maken. Met BIM worden eerder de zogenaamde LEAN-principes nagestreefd: een maximale waarde voor de klant genereren met zo min mogelijk verspilling, zowel wat betreft tijd als op het vlak van geld en grondstoffen. Dat gebeurt onder andere door de communicatie met zowel de bouwheer als de verschillende partijen te vergemakkelijken en zo het aantal misverstanden zo veel mogelijk te reduceren. Door de klassieke opeenvolging van het bouwproces aan te pakken en de verschillende spelers vroeger in het proces te betrekken, kunnen er bovendien heel wat problemen op de werf vermeden worden.

Enerzijds kunnen ontwerp en uitvoering zo beter op elkaar afgestemd worden, anderzijds kunnen fouten al opgespoord worden wanneer ze enkel nog maar virtueel zijn. Er moet weliswaar meer geïnvesteerd worden in het ontwerp, maar over het volledige proces zal men uiteindelijk wel een belangrijke besparing realiseren. In het algemeen wordt er gesteld dat de faalkosten van een project dankzij BIM met 8 tot zelfs 15% gereduceerd kunnen worden.

Clash detection

Naast de algemene software voor het 3D-modelleren bestaan er ook pakketten die afgestemd zijn op specifieke functies in het bouwproces, zoals die voor de stabiliteit Model Controle Software speelt een cruciale rol in het opsporen van fouten en het reduceren van faalkosten. Zo'n software laat namelijk toe om automatisch mogelijke fouten, onvolledigheden en incongruenties te identificeren en dit zowel binnen één model als tussen verschillende (referentie)modellen. Problemen worden zo gedetecteerd wanneer ze nog virtueel zijn en aangepakt kunnen worden en dat in een fractie van de tijd die men anders aan dergelijke controles zou besteden. De automatische controle gebeurt doorgaans op drie niveaus:
  • Geometrie: op dit niveau wordt nagegaan of er geen geometrische fouten optreden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het aligneren van de verschillende modellen, de aansluitingen tussen verschillende bouwelementen, eventuele dubbels …
  • Informatie: ook de informatie in de verschillende modellen wordt gecontroleerd. Hebben alle modellen en elementen de juiste benaming? Stemmen de parameters overeen?
  • Regelgeving: voldoet het ontwerp aan de relevante normen en regelgevingen? Zijn er bijvoorbeeld voldoende nooduitgangen aanwezig of klopt de brandwerendheid van de bouwelementen?

In de meeste versies van de Model Controle Software zit er al een basisregelset vervat, en verschillende distributeurs bieden ook landspecifieke sets aan. Wie grondigere controles wil uitvoeren of specifieke eisen of aspecten wil controleren, kan, mits doorgedreven kennis van het softwarepakket, echter ook zijn eigen regels configureren. Grote bedrijven hebben hiervoor steeds vaker een gespecialiseerde BIM-manager in huis, maar men kan ook bij externe BIM-consultants terecht.

Resultaten

De Clash Detection wordt idealiter op regelmatige tijdstippen doorheen het project uitgevoerd, en dat op een steeds gedetailleerder niveau. Het heeft echter weinig nut om verschillende disciplinemodellen naast elkaar te leggen zonder dat elk model apart gecontroleerd is, of om reeds in de beginfase van een project zeer gedetailleerde controles uit te voeren. Clash Detection kan overigens verrassende resultaten opleveren. Het aantal foutmeldingen kan namelijk oplopen tot in de duizend- of zelfs tienduizendtallen. Dat wil echter niet zeggen dat al die foutmeldingen ook daadwerkelijk tot problemen leiden of zullen leiden. In veel gevallen is het een kwestie van incorrecte benamingen, het gebruik van een verouderd model … Het is dan ook aan de verschillende partijen zelf om de resultaten van de Clash Detection te nuanceren en te beslissen welke er, op welk moment in het bouwproces, effectief van belang zijn.