naar top
Menu
Logo Print

Nieuwe Europese dronewetgeving

Onderscheid tussen recreatieve en professionele piloten valt weg
magazine

In 2016 trad er een Koninklijk Besluit in werking omtrent het dronevliegen in ons land. Zo’n regels verschillen echter van land tot land, wat het erg complex maakt om over de landsgrenzen heen te vliegen. Daar komt eindelijk verandering in, dankzij een nieuwe Europese wetgeving die op 11 juni 2019 in zijn definitieve vorm gepubliceerd werd en medio 2020 in werking zou treden. In het huidige Koninklijk Besluit geldt het principe: “niets mag, tenzij wij zeggen dat het mag”, terwijl voor de nieuwe wetgeving net het omgekeerde geldt: “alles mag, tenzij wij zeggen dat het niet mag”.
Eén van de grootste veranderingen is dat het onderscheid tussen recreatieve piloten en professionals niet meer zal bestaan. Er wordt alleen nog een onderscheid gemaakt op basis van de risico’s die bepaalde vluchten met zich meebrengen. Zo zijn er grofweg drie vluchtcategorieën met elk hun bijhorende risico’s en beperkingen: de open, specifieke en gecertificeerde categorie. Onder welke categorie een vlucht valt, hangt niet langer af van de drone waarmee men vliegt, maar wel van de risico’s die verbonden zijn aan die vlucht. Parameters zijn dus bijvoorbeeld hoe hoog men wilt vliegen of hoe dicht bij mensen de drone komt en of de piloot de drone kan zien of niet.
Een ander wezenlijk verschil is dat voor vluchten met drones die meer dan 250 gram wegen, het niet langer de drone zelf is die geregistreerd moet zijn, maar wel de operator. Dat kan een piloot maar ook een bvba zijn. Elke drone die meer dan 250 gram weegt, moet wel verplicht een remote ID uitsturen.